BIOLICHT
Hier maakt u kennis met één van de boeiendste thema's van deze
tijd; de herontdekking van de betekenis van het zonlicht voor de mens.
Wilt u uw leven wezenlijk verbeteren, lees dan hier verder over de gepaten- teerde uitvinding van het BIOLICHT-SYSTEEM, dat het meest op het zonnelicht lijkt, de onderzoeksresultaten, grafieken en adviezen over het gebruik van het BIOLICHT-SYSTEEM en aanbevolen literatuur.
Door de zon krijgt u een goed humeur.
zonlicht:
· versterkt de concentratie
· heelt depressies
· activeert de
hormoonhuishouding
· stuurt de Vitamine D3-Synthese
· verhoogt de
prestaties
· helpt bij huidaandoeningen
· heeft invloed op osteoporose
· activeert het immuun-systeem
Maar wanneer schijnt bij ons de zon? Daarom is er een biolicht-systeem
ontwikkeld. Biolicht schenkt u gezondheid, concentratie, uithoudings- vermogen en
bevordert uw prestaties. Het Biolicht lijkt het meest op zonlicht.
Biolicht armatuur
Al in vroegere tijden werd de zon als
levenskracht door de oude Chinezen, Maya's, Inka's en de Egyptenaren aanbeden.
Er ontstonden zonnenculturen. Grieken en Romeinen behandelden ziektes met
zonlicht. De Deen Niels Finsen kreeg in 1904 de Nobelprijs voor medicijnen voor
zijn therapie voor huidtuberculose met ultraviolet licht. Alleen al aan de
Riviera ontstonden binnen 1 jaar 36 sanatoria voor heliotherapie.
Vier
factoren zijn voor de kwaliteit van het zonnendaglicht
verantwoordelijk:
1 ) Het spectrum
De elektromagnetische
straling van de zon die de aarde bereikt heeft een bereik van 290 nm hoger dan
de regenboog tot 770 nm. Infrarood. Dit gaat over het hele spectrum van de
UV-stralen tot aan de infrarood.
Dit gesloten spectrum geeft sinds
miljoenen jaren het licht voor alle levende organismen op deze wereld. Alleen
het zonlicht heeft het syntropie-effect dat voor al het leven op de aarde
verantwoordelijk is. Dit betekend dat in de loop van de evolutieprocessen steeds
complexere levensvormen zích konden ontwikkelen en zich door een hogere graad
van zelforganisatie verder konden ontwikkelen tot aan de fantastische
mogelijkheden van het zelfbewust zijn de manuele en technische gave om uit te
vinden en geestelijke creativiteit. De directe zonnestralen worden op aarde door
planten, dieren en mensen benut. Het veruit grootste aandeel van deze straling
wordt in het heelal gereflecteerd en heeft een entropische karakter. Entropie is
een natuurkundíge grootheid waarvan de verloopsrichting van de in de natuur
aflopende processen afhangt. De stralingsenergie van de afzonderlijke bereiken
wijst grote verschillen op. Een foton in het infraroodbereik heeft een energie
van 0,1 (elektronenvolt), in het UV-bereik 2,0 eV, dus het
twintigvoud.
2) Gelijkstroom
Zon- en daglicht vloeit continu.
Er bestaat dus geen 50 Hz-frequentie net zoals de wisselstroom met honderd 0
doorgangen per seconde.
3) Kleurtemperatuur
Bij zonsopgang is
deze 3.400 Kelvin, stijgt tot 's middags op 5.500 Kelvin en daalt 's avonds af
naar 3.400 Kelvin.
4) Lichtintensiteit
Inherent met het stijgen
van de kleurtemperatuur is de stijging van de belichtingssterkte, die 's morgens
toeneemt en 's avonds weer daalt. Een dergelijke belichtingssterkte kan in de
zomer tot 100.000 Lux bereiken. Dit proces roept bij de mens het
"circadianritme" op. Bovendien ontstaat er door de vier jaargetijden een
seizoensjaarritme. Dag- en jaargetijdenritme zijn dus de tijdmeters voor
biologische klok van de levende organismen.
Kunstmatig
licht
Sinds de uitvinding van Edison's gloeilamp geloofde men erin, dat
lichtintenisteit en kleurwaarneming de enige criteria voor de kwaliteit van het
licht zouden zijn. Deze opvatting veranderde ook niet met de opkomst van de
TL-buis en het halogeenlicht. Echter licht heeft biologische functies. Om deze
redenen werden lichtsystemen nog steeds met:
· gereduceerd spectrum zonder UV
en I R
· wisselstroom of hoge frequentie bedreven en profileren zich
door:
· monotonie van de kleurtemperatuur en monotonie van het
lichtintensiteit
Dit betekend dat deze belichtingssystemen buiten de
lichtintensiteit en kleurweergave, geen zon- daglichtkwaliteit hebben.
Bijkomstig is er een elektromagnetisch stoorveld waarvan de negatieve
eigenschappen een kwaliteitsverlies veroorzaken.
Het nieuwe
lichtsysteem
Omdat licht niet alleen een natuurkundige maar ook een
biologische werking heeft, kan maar één oplossing van het probleem tot succes
leiden, namelijk als het nieuwe systeem zon- en daglichtkwaliteit heeft. De
auteur werkt sinds 1978 in de lichtbranche en maakte daar kennis met een
volspectrumlamp, die in opdracht van de NASA door een Amerikaanse ondememing
ontwikkeld werd en voor het eerst in de geschiedenis van de lichttechniek een
spectrum uitstraalt, dat het meest overeenkomt met het natuurlijke spectrum. Dit
betekent dat het licht van de volspectrumlamp daarmee ook qua energie tot in
alle bereiken, van UV-B tot aan IR, overeen komt met het zon- en
daglicht.
Prof. dr. Walz raadde toen aan deze lamp met gelijkstroom te voeden
omdat hiermee een energiebesparing van 20-35% te behalen was. Door gelijkstroom
ontstaat helaas het probleem genaamd cataforese. Het is te voorkomen door
periodieke ompoling. Dit werd elektronisch opgelost. De auteur voorzag het
prototype van de nieuwe lamp, die door gelijkstroom gevoed werd met een
volautomatische ompoling. Hierbij leerde de auteur de professoren Hollwich en
Kukelhaus kennen die dit een goede oplossing vonden. Hollwich verklaarde dat dit
nog geen natuurlijk licht was, Kukelhaus voegde daaraan toe dat het toekomstige
systeem bovendien nog kleurentemperatuurveranderingen en
lichtintensiteitsfluctuaties moest bevatten zodat er van een belichting conform
het daglicht gesproken kan worden, want de gehele stofwisseling- en
hormoonhuishouding werd gestuurd over het energieke deel van de zenuwbanen door
het oog. Daaruit maakten de professoren op, dat zonder daglichtkwaliteit er geen
verbetering van de werking in binnenruimtes te behalen viel.
De oplossing
bracht het nieuwe BIOLICHT-SYSTEEM, dat bestaat uit: